De rol van een Digital Imaging Technician op set

This post is also available in: English (Engels) Français (Frans)

In de complexe wereld van de filmproductie en high-end TV-producties kan de rol van de Digital Imaging Technician (DIT) zeer divers zijn. Afhankelijk van de grootte van de productie evolueert de omvang en inhoud van het werk voortdurend. mediarte stak de neus aan het venster en zag Maxim Van De Sompele aan het werk bij The Fridge. 

Visual effects, motion graphics en 2D/3D animation en digital imaging technology, het is alvast iets waarmee Jan Hameeuw, CEO van postproductiehuis The Fridge – ACE, reeds ruime ervaring heeft. Hij weet inmiddels alles over het inzetten van een inhouse DIT op internationale filmsets en co-producties. Hoewel het gros van de professionals in de audiovisuele industrie hun loopbaan starten als volstrekte rookies, vereist de rol van een DIT een uitgesproken mix van ervaring, technische kennis en menselijke vaardigheden. 

Daarnaast is een bijna fanatieke toewijding om bij te blijven met de laatste technische evoluties een noodzakelijke eigenschap. Heden ten dage leidt Jan Hameeuw een onderneming die zich volledig heeft toegespitst op het postproductie-proces, met de nadruk op alles wat beeldafwerking betreft.

Kan je jouw loopbaan even schetsen, Jan?

JH: “Ik studeerde eind jaren ’90 af aan het NARAFI. Tijdens mijn studie kwam ik in contact met alle vaktechnische departementen (camera, regie, montage, productie, script, enz). Dit heeft zowel op creatief als op technisch vlak de koers van mijn latere loopbaan bepaald. Mijn professionele carrière begon met een zijsprongetje, aangezien er toen maar enkele films per jaar gemaakt werden, in de eerste online streaming services en web tv producties. Na de .com bubble ben ik vervolgens vrij organisch in het film en TV-landschap terechtgekomen, via bevriende regisseurs. Ik monteerde toen voornamelijk fictiereeksen en documentaires. Door de enorme workload begon ik opdrachten te dispatchen, werk te verdelen naar like-minded monteurs. Zo is de bal uiteindelijk aan het rollen gegaan. Van dit monteurscollectief groeiden we door naar een bedrijfsstructuur die ‘The Fridge’ werd gedoopt. The Fridge is geëvolueerd tot een creatieve hot-shop voor de postproductie-scene, een onderneming die met een stijgende populariteit wordt gezocht door spraakmakende klanten in de reclame- en broadcastsector. We staan bekend als groot genoeg om geavanceerde faciliteiten te bieden, terwijl we klein genoeg willen blijven om leuk te zijn en steeds nieuwe ideeën aan te reiken. In het buitenland is dit soms wat dubbel, gezien buitenlandse ondernemingen vaak de opsplitsing maken tussen traditionele beeldafwerking (online editing, grading, finishing, enz) en VFX (CG, compositing, enz). In vergelijking met de Belgische markt werkt men daar heel gesegmenteerd.”

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om te investeren in een DIT en die mee aan te bieden in jullie pakket als post-house? (maw: Waarom heeft men in feite een DIT nodig?)

JH: “Uiteraard is het onze taak om de technologische tendensen te volgen en daar sluit dit DIT-verhaal naadloos bij aan.

Op zeker moment zagen we voor onze ogen de digitale revolutie losbarsten. De overgang van analoog naar digitaal begon langzaam op consumer niveau maar werd als snel merkbaar binnen een professionele context. Camera-assistenten waren, nog niet zo lang geleden, verantwoordelijk voor de pellicule op set en filmlabo’s kregen de opdracht deze zo waarheidsgetrouw te ontwikkelen. Zeker voor een line-producer (die dagelijks op de set staat) was die rolverdeling tot voor kort zeer helder.

In het digitale tijdperk verandert dit drastisch. Traditionele filmlabo’s bestaan quasi niet meer, raw data wordt rechtstreeks geleverd aan de postproductie ondernemingen. Grappig is dat we vandaag als ‘digitaal labo’ worden bestempeld door producers, gezien wij de taak overnemen om het bronmateriaal te archiveren en te verwerken. De DIT-functie is eigenlijk uit deze nieuwe workflow ontstaan.”

“Digitale dragers zijn soms moeilijker te ‘handlen’ dan pelicule(film). Er moeten massa’s files zeer zorgvuldig gedupliceerd worden. Klanten hadden geen besef welk economische impact ‘het onzorgvuldig omspringen met data’ inhield. Shoots die opnieuw moesten gedaan worden,  data die niet meer te recupereren viel, line producers met handen in het haar omdat een hele draaidag in het gedrang komt, noem maar op! Wij stelden vast dat er duidelijk een markt voor was in België. Aangezien we actief waren op internationaal niveau, waar het aanwerven van een DIT in een grote productie meestal een verplichting is, groeide het idee om hierin te investeren. We hadden de denkoefening al gemaakt, en dus hebben we het juiste momentum aangegrepen en voor de allereerste keer full DIT equipment op een set geïmplementeerd.”

Welk takenpakket en verantwoordelijkheden heeft een DIT? En wat met de pre-productie?

JH: “Je hebt eigenlijk 3 grote pijlers binnen het DIT-takenpakket. Enerzijds heb je het beveiligen van data (data handling) waarbij men streeft naar een veilige rustplaats voor de kostbare data. Aangezien er op filmsets -naargelang de schaalgrootte- zeer grote hoeveelheden data worden verwerkt en gekopieerd, rust een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de DIT. We spreken vaak over draaimateriaal van meer dan 1 à 2 TB’s per dag dat veilig gekopieerd moet worden. Er worden checksums op uitgevoerd, een soort van quality control. Vaak is het ook een verzekeringsaspect en wordt door de verzekeraars geëist dat er verschillende kopieën van de originele data worden gemaakt.”

“Anderzijds heeft de DIT ook een grondige camerakennis nodig. Je krijgt een niet onbelangrijke rol binnen het camera-department. Dit omvat het voorbereiden én implementeren van LUT’s in de viewfinder, en op de monitors die gebruikt worden op set. Verwacht wordt dat er een consistentie is in kleurweergave. De DIT vervult hier in feite de taak van ‘colorist’. Bij grote producties telt het DIT-departement zelfs twee professionelen: iemand voor de verwerking van de data en iemand die het ‘tweede oog’ is van de DOP. Hij of zij bepaalt er bijvoorbeeld de look per scène of meerdere scènes mee en checkt onregelmatigheden in het frame, enz. En last but not least, maakt de DIT de cruciale, elementaire link met de postproductie. Originele rushes worden omgezet naar de gewenste formaten die regie en productie via een cloudplatform op elk moment kunnen raadplegen. Zodanig wordt een dagelijkse opvolging gewaarborgd van het gedraaide materiaal.

Als de regisseur iets specifiek wil herbekijken, een bepaalde scène waarop een paar dagen later ingepikt wordt tijdens de draaiperiode, dan kan hij of zij dat dankzij de DIT makkelijk consulteren. Het is een zowat onmisbare tool voor de regisseur bij het draaien van fictiereeksen.

In pre-productie gaat de DIT altijd in overleg met productie en DOP over de keuze van drager, hoeveel camera’s er worden ingezet en natuurlijk welke postproductie workflow wordt gekozen en waarom. Deze denkoefening is elementair. Bijna alle internationale producties die we doen betrekken de DIT vanaf de pre-productiefase voor input en advies.”

Hoe is het gesteld met het inzetten van een DIT op de Belgische markt?

JH: “Er wordt ook dikwijls ‘DIT’ in het labo gedaan, in het postproductiebedrijf zelf dus. Nadeel hiervan is dat je geen controle hebt, geen checks kan doen over de beelden op de set. Het bronmateriaal wordt onmiddellijk ingeladen in het post-house voor back-ups en conversies. Dit wordt in België veel gedaan, gezien de afstanden hier relatief klein zijn. Als je aan een internationale co-productie werkt -neem nu met de UK, die de postproductie in London afhandelen- dan kan het weken duren voor de beelden een eerste keer worden gecheckt. In combinatie met de tarieven die in Engeland ook hoger liggen, betekent de kost van de DIT, in relatie tot wat ze ervoor terugkrijgen, voor de producenten een uitgemaakte zaak. In België doet men nog beroep op nachtwerk, runners die tot laat rondrijden, assistenten die beelden inladen tot het ochtendgloren. Mocht je de rekensom maken dan zal de kost van een DIT, over het ganse productieproces, niet hoger uitkomen. Daarenboven verzeker je de beveiliging van de gedraaide beelden, het wordt een gedekt risico.”

Zien producers al het nut in van de meerwaarde van een DIT? Hoe overtuig je hen van die added value?

JH: “Een line producer beheert het budget van de shoot, de draaidagen. De budgetten voorzien voor postproductie worden echter anders toegewezen. De DIT wordt dus als aanzienlijke meerkost toegevoegd aan het productiebudget en daar knelt vaak het schoentje! Als je de DIT-afhandeling plant met een posthouse, moet de line producer hiermee geen rekening houden en valt dit aspect onder de verantwoordelijkheid van de producent. Hierdoor is er een aanzienlijke meerkost in het productiebudget. Digitalisering kost nu eenmaal geld, onder de vorm van extra materiaal en persoon.

We ijveren ervoor, vanuit The Fridge, om steeds het globale plaatje te bekijken. Komt er een kost bij in het productiebudget door het toevoegen van een DIT, dan valt die uiteindelijk ook weg in het postproductie-budget. Voor de producent resulteert dit dus in een louter verschuiven van budget. Voor een line producer is het echter iets complexer. Production managers zijn er zich niet altijd van bewust dat de DIT een impact heeft op de efficiëntie van de algemene workflow. Nog te vaak heerst bij hen de verkeerde indruk dat het voor meer to-do’s zorgt in een al stressvolle werksituatie. In the long run betekent die investering voor hen net een plus en dat besef zien we wel degelijk groeien.

Wij zijn er 100% van overtuigd dat het aanbieden van een DIT-service een absolute meerwaarde geeft aan een moderne productie!”

interview  : LOUIS VAN DE LEEST – PROJECT MANAGER MEDIARTE

pictures by © Saën Sunderland